010 - 707 49 00 (bereikbaar van 9.00 tot 16.00 uur)
Nieuws

Capelle aan den IJssel, 3 september 2019

Drie flessen zonnebrandolie per maand

De huiskamer van Annette Stephen (49) en haar puberzoon Ricky is opvallend schemerig. De vitrages zijn zwart, de bank is grijs. Er brandt gedempt licht – ook op klaarlichte dag. Ricky heeft namelijk albinisme. In zijn geval betekent dat dat hij geen pigment aanmaakt. Zijn huid en haar zijn wit, zijn ogen blauw, hij is slechtziend en heeft nystagmus (‘wiebelogen’). Ook zijn zijn ogen extreem gevoelig voor licht.

Nog maar twee jaar geleden woonde Annette met Ricky en zijn vader op het tropische eiland Sint Maarten. Annette had een winkeltje aan de haven, waar ze macarons verkocht. De Parijse lekkernijen waren populair bij de passagiers van de cruiseschepen die Sint Maarten aandeden, dus de zaken gingen goed. Ricky’s vader werkte al jaren bij het elektriciteitsbedrijf van Sint Maarten. Toch moesten ze hun leven en al hun familie daar achterlaten.

Zon

Het klimaat op Sint Maarten was niet goed voor Ricky. ’s Zomers kan het op het eiland wel 35° Celsius worden; ’s winters is het zelden koeler dan 27 graden. De zon schijnt er 3.000 uur per jaar. Ter vergelijking: Nederland heeft ongeveer 1.500 zonuren. Op Sint Maarten reageerde Ricky’s huid heel sterk op de zon. Annette: ‘Zijn specialist vond het beter voor zijn gezondheid om in Nederland te wonen.’ Het gezin kwam in Capelle aan den IJssel terecht.

Minder last

In Nederland heeft Ricky veel minder last van de zon. Toch moet hij zich elke dag insmeren met factor 85, waar hij een enorme hekel aan heeft. Doet hij het niet, dan verbrandt hij razendsnel en heeft hij later in zijn leven grote kans op huidkanker. Zonnebrandolie factor 85 is prijzig: één fles kost ongeveer €16. Per maand gaan er drie doorheen. De behandeling die Ricky hier kan krijgen voor zijn huid, maar vooral voor zijn ogen, is veel beter dan op Sint Maarten.

Werkdagen van 21 uur

Annette: ‘Toen we net in Nederland waren hielp SVZ, onze ziektekostenverzekeraar op Sint Maarten, ons met een appartement en leefgeld voor het eerste halfjaar. Daarna moesten we het zelf zien te rooien.’ Hun moedertaal (zoals van zoveel mensen op Sint Maarten) is Engels. En als je geen Nederlands spreekt, is het moeilijk een goede baan te vinden. Ricky’s vader kon alleen werk vinden als afwasser in een restaurant. Ook al werkte hij van ’s ochtends 7 uur tot de volgende morgen 4 uur, hij verdiende niet genoeg om zijn gezin te onderhouden. Ze raakten in de schulden.

Slapen op golfkarton

Zelfs voor een eenvoudige inrichting van hun Capelse appartement was geen geld. Ze leefden op de kale vloer. Zonder koelkast, fornuis of bedden. Hun enige meubels waren de twee bankjes waar Ricky en zijn moeder op sliepen. Zijn vader sliep op een stuk karton op de vloer. Wassen deed Annette op de hand. Het leven werd nog moeilijker toen Annettes partner na anderhalf jaar besloot terug te gaan naar Sint Maarten. Daar kon hij wél een goede baan krijgen. Annette: ‘Teruggaan was voor mij geen optie vanwege mijn zoons gezondheid. Dus wij bleven. Ook al had hij heimwee naar zijn vrienden.’

Hongerig naar school

Het lukte Annette niet om een uitkering aan te vragen. Ze verdwaalde in de Nederlandse papierwinkel. ‘Op Sint Maarten is het leven veel minder ingewikkeld. Er is bijvoorbeeld maar één nationale ziektekostenverzekeraar en post krijg je er haast nooit.’ Haar zoon zat ondertussen op het Visio College in Rotterdam-zuid, maar kon niet naar school als er geen geld was voor het ov. Of hij zat met honger in de lessen. Annette: ‘De schoolmaatschappelijk werkster, Karin van der Waal, heeft heel veel voor ons gedaan. Dankzij haar kregen we bijvoorbeeld laminaat en een fornuis. En Ricky kan altijd bij haar terecht als hij wil praten.’

Huishoudboekje

Een buurtcoach van Welzijn Capelle verwees Annette naar een collega, buurtmoeder Ideska Kroon. Zij hielp Annette de weg te vinden in de Nederlandse maatschappij. Bij Lighthouse kreeg ze een voedselpakket. Buurman Pieter en haar Rotterdamse vriendinnen Cassandra en Mirusheline schoven hun ook regelmatig wat toe. Met Ideska’s hulp lukte het uiteindelijk een uitkering te regelen. Ze begon onmiddellijk hun schulden af te betalen. Ideska: ‘Ik heb haar de tips gegeven een huishoudboekje te gebruiken en dingen als rijst, aardappels en vlees in bulk in te kopen. Ze is ongelofelijk zuinig.’

Hulp

Van alle kanten kregen de twee tweedehands spulletjes voor hun huis. Het Wmo-loket schoot te hulp met een vergoeding voor de speciale inrichting van hun woonkamer, die nodig was vanwege Ricky’s ogen. Van de verlichting tot het behang en de tv: alles moest aangepast zijn. Felle kleuren of glanzende oppervlakken zijn uit den boze met zijn oogafwijking. Ook de samenwerking met Havensteder was goed, waardoor er wat ruimte was voor het afbetalen van de huurachterstand. Annette: ‘Ik ben al die goede mensen om ons heen zó dankbaar. Karin, Cassandra, Mirusheline and Ideska are very dear to my heart.

Ontwikkeling

Ideska: ‘Annette heeft een hele ontwikkeling doorgemaakt. Van een bang muisje in een leeg huis, dat niet naar buiten durfde vanwege de taal, tot een vrouw met steeds meer durf, die zich goed redt met haar zoon.’ Door haar vrijwilligerswerk bij de Wasserij van SCO Diensten doet Annette ook meer sociale contacten op. Ze gaat elke week trouw naar het Taalcafé. Haar doel heeft ze scherp voor ogen: ‘Zo snel mogelijk Nederlands leren en betaald werk zoeken, zodat ik financieel zelfstandig ben.’

Zoon
Het begin van hun nieuwe leven was zwaar, maar Annette moppert niet. ‘Mijn zoon is het allerbelangrijkste voor me. Voor hem doe ik alles. Het gaat goed hier met Ricky. En heimwee heeft hij niet meer!’